Kustconvergentie, gegarandeerd een nat pak

In de late zomer en in het najaar komen in de kustgebieden opvallend veel buien voor. Regelmatig komt het daarbij tot 30 mm neerslag of meer. Dieper landinwaarts is het daarentegen volledig droog. Wat veroorzaakt deze verschillen tussen het binnenland en de kust en waarom vindt dit fenomeen juist in deze tijd van het jaar plaats?

Kustbewoners zullen het herkennen, nachtenlang geroffel van regendruppels op het dak in de late zomer en in het najaar. Ook voor wie overdag op pad gaat, zal een nat pak vaak herkenbaar zijn en dat terwijl dieper landinwaarts geen druppel valt. Dit fenomeen, waarbij in de kustregio’s veel meer regen valt dan het binnenland, wordt kustconvergentie genoemd. Kustconvergentie vindt voornamelijk plaats bij fris weer, wanneer er een zuidwestenwind staat en de zeewatertemperatuur relatief hoog is.

Het ruwe land remt de wind af

Het verschil tussen windsnelheid en –richting tussen land en zee is een van de belangrijkste redenen voor het ontstaan van extra buien aan de kust. Op zee heeft de wind vrij spel, maar boven land wordt de wind sterk afgeremd. Het aardoppervlak is namelijk erg ruw. Gebouwen, bomen en dijken zorgen er voor dat de wind flink wordt afgeremd. Vergeleken met het land is de zee spiegelglad.

Vergelijk het met schaatsen. Op het ijs kun je flink hard gaan en zonder iets te doen glij je nog een heel eind door. Wanneer je in volle vaart op de kant af schaatst en uiteindelijk op land komt, merk je direct dat je niet meer verder glijdt en behoorlijk hard onderuit gaat. De wrijving tussen het landoppervlak en de schaats is zo groot dat glijden onmogelijk wordt.

Wanneer de wind aan land komt en door wrijving flink wordt afgeremd, hoopt lucht zich op. De natuur wil juist een evenwicht bewaren en de hoeveelheid lucht overal gelijk houden. Om het teveel aan lucht kwijt te kunnen, moet de lucht ergens naartoe. De enige uitweg is in dit geval naar boven. Stijgende lucht koelt af en wanneer dat gebeurt ontstaan wolken en regendruppels. Een bui is geboren.

Andere windrichting

Een ander effect van landoppervlak op de wind is dat door wrijving de wind een andere richting krijgt. Bij een zuidwestenwind boven zee wordt de wind boven land meer zuidelijk. Ook nu kunnen we parallellen trekken met schaatsen. Wanneer je met één schaats over een ruwer stuk ijs gaat en met de ander over een glad stuk, merk je dat je ene been sneller gaat dan het ander. Je schaatsen krijgen daardoor een andere richting ten opzichte van elkaar. Met wind gaat het net zo.

Doordat wind uit twee verschillende richtingen komt, hoopt lucht zich op. Dit werkt volgens hetzelfde principe als de verandering in windsnelheid en het voorbeeld met de botsende auto’s. Ook nu ontstaan door de stijgende lucht waterdruppels, wolken en uiteindelijk buien.

Warm water en temperatuurverschillen

In de late zomer en in het najaar is het zeewater normaal met 16-18 graden op zijn warmst. Vanwege de bijzonder warme zomer is de zeewatertemperatuur dit jaar zelfs 21 graden! Direct aan de kust is het water zelfs nog een paar graden warmer. Het verschil tussen de zeewatertemperatuur en de temperatuur van hogere delen van de atmosfeer is groot, waardoor lucht opstijgt. Wanneer het temperatuurverschil tussen het aardoppervlak en 5 km hoogte meer dan 40 ˚C is, kan ook onweer voorkomen bij de buien.

Hoe warmer water is, hoe meer vocht meegenomen kan worden in de stijgende luchtbellen. Hierdoor kan extra veel regen vallen. Wanneer buien ’s nachts landinwaarts trekken, doven ze snel uit. Dit heeft te maken met de temperatuur in het binnenland. Landinwaarts is het in najaarsnachten namelijk kouder dan in de kustgebieden en is geen grote hoeveelheid vocht en energie beschikbaar om buien in leven te houden. Overdag warmt de zon het landoppervlak op en houden de buien het langer uit.

Wat kan ik doen om die kustbuien te omzeilen?

Het beste is om het weerbericht en de radar in de gaten te houden. Wanneer het wisselvallig weer is met een zuidwestenwind is de kans op kustconvergentie groot. Woon je in het binnenland en wil je de ergste buien omzeilen, dan is het vaak beter om vroeg in de ochtend op pad te gaan. Pas in de loop van de ochtend leven de buien op. In de kustgebieden neemt het aantal buien vaak in de loop van de dag af en maak je dus aan het eind van de middag de meeste kans droog te blijven.

Doordat vaak meerdere buien op dezelfde plaats ontstaan kan lokaal zomaar 30-50 mm vallen. Een kilometer verderop kan het zelfs helemaal droog blijven. Het is dus ook een kwestie van pech of geluk of je wel of niet met buien te maken krijgt.

Gemiddelde hoeveelheid neerslag in september. In de kustgebieden valt duidelijk veel meer neerslag dan in het binnenland, gemiddeld 95 in Zuid-Holland tegen 60 in Midden-Limburg. Dit wordt deels veroorzaakt door kustconvergentie.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

In de late zomer en in het najaar komen in de kustgebieden opvallend veel buien voor. Regelmatig komt het daarbij […] Lees meer

2018 telt nu al een recordaantal van 51 officiële zomerse dagen. Het record wordt gedeeld met 2006, maar zal naar verwachting snel worden aangescherpt. Lees meer