Dit jaar is de belangstelling voor de winterverwachting extra groot. De strooidiensten hebben de zouttekorten nog in het achterhoofd en overal wordt voor grote bedragen ingekocht. Maar is dat wel nodig? Wat zeggen de meteorologen? Krijgen we weer een sneeuwwinter, met normale temperaturen? Of krijgen we een ouderwets koude winter, met droge oostenwind – en eindelijk weer een Elfstedentocht? Of wordt het dit jaar weer een kwakkelwinter, met zuidwesters en veel regen?
Wij zijn in de afgelopen jaren zo gewend geraakt aan zachte winters, dat heel het land spaak liep toen we vorig jaar opeens een winter met ‘normale’ temperaturen hadden. De gladheidperikelen werden dan ook niet zozeer door de temperatuur veroorzaakt, maar door de overvloedige neerslag. Vanzelfsprekend was er wel vorst nodig, maar eigenlijk hoort dat nog steeds in elke Hollandse winter thuis. Ook de komende winter kan dus een sneeuwwinter worden, zónder echte Elfstedenkou! Depressies mogen dan heel dicht in de buurt komen, maar moeten in hun koers vanaf de Atlantische Oceaan ónder Nederland doortrekken. (Zuid-Europa krijgt dan veel regen.)
- Bekijk hier het persbericht (PDF) met de verwachting voor de winter van 2010-2011
- Bekijk hier een groter artikel (PDF) over de verwachting voor de winter van 2010-2011 – eveneens voor mediagebruik
Winter 2010-2011: veel neerslag
De Nederlandse winter laat zich uitzonderlijk lastig voorspellen. Maar dit jaar is het waarschijnlijk dat ook onze winter beïnvloed wordt door een weersfenomeen, duizenden kilometers verwijderd, in de Grote Oceaan: La Niña. Dit jaar is het fenomeen extra sterk. Via een indirecte koppeling is het waarschijnlijk dat er boven de Atlantische Oceaan meer depressies vormen. Het kan met onze winter dan nog twee kanten op: veel regen. Of veel sneeuw.
We moeten daarbij niet alleen afgelopen winter in herinnering nemen, maar vooral die van 2007-2008. Toen veroorzaakte extreme regenval in Noordwest-Europa veel wateroverlast. Vooral in Engeland had men last van overstromingen. Het is een situatie die zich dit jaar goed lijkt te kunnen herhalen. Nederland moet als deltaland dan ook de waterstanden van de grote rivieren in de gaten houden.
Modellen zien de neerslag niet goed
De overvloedige neerslag zit niet goed in de internationale weermodellen. Het verband tussen een zwakke La Niña en ons winterweer is te troebel. En een sterke La Niña is weer te zeldzaam – en daarmee nog niet goed verwerkt in de vergelijkingen. Veelgebruikte modellen voor seizoensverwachtingen, zoals de modellen van IRI en NOAA, schetsen dan ook een weinig spectaculair beeld. IRI gaat uit van een zachte winter, met gemiddelde neerslag. Het Amerikaanse overheidsinstituut NOAA van een relatief koele winter, die bij ons juist vrij vochtig zou uitpakken.

De temperatuurverwachting voor de Europese winter van 2010-2011, volgens IRI. Volgens dit model krijgen we een zachte winter.

En dezelfde temperatuurverwachting, maar dan volgens NOAA. Volgens de Amerikanen wordt de Europese winter juist iets kouder dan gemiddeld.

De neerslagverwachting voor de Europese winter van 2010-2011, volgens IRI. Dit model gaat voor het grootste deel van Europa uit van gemiddelde neerslag.

Ook voor de neerslag heeft het model van NOAA een andere uitkomst. In Noordwest-Europa zou de winter van 2010-2011 relatief droog uitpakken.
Toch is het heel aannemelijk dat onze winter een heel ander karakter krijgt. Beide modellen wegen een mogelijk grootschalig effect van de huidige La Niña, de tegenhanger van het bekende weerfenomeen El Niño, niet goed mee. Dit is niet terecht, weten we in Europa sinds enkele jaren.
De waarheid ligt in de Grote Oceaan
Van een zwakke La Niña (beter geformuleerd als het ontbreken van een El Niño) merken we in Europa weinig. Wanneer het fenomeen echter krachtiger wordt, kan het de atmosferische circulatie rond het hele noordelijk halfrond beïnvloeden, met name in de wintermaanden.
Dit jaar lijkt daar sprake van te zijn. Ongebruikelijk krachtige passaatwinden vegen al het warme oppervlaktewater voor de westkust van Zuid-Amerika weg. Rond Indonesië, de Filippijnen en het noordoosten van Australië hoopt juist ongebruikelijk veel warm water op. Volgens de oceaandeskundigen van hetzelfde NOAA houdt deze situatie in elk geval tot in de wintermaanden aan. Ook de kracht lijkt volgens de Amerikanen voorlopig niet minder te worden.
Zeldzaam praktijkvoorbeeld ligt vers in het geheugen
‘Gewone’ La Niñas zijn heel algemeen – ze komen elke paar jaar voor. Maar krachtige episodes, met een uitvergroting van de verschillen in watertemperatuur, zijn veel zeldzamer. Ze zijn dus ook nog minder goed bestudeerd. Maar toevallig hoeven we niet ver terug te gaan om te zien welke effecten zo’n La Niña op het Nederlandse weer kan hebben. Het fenomeen was namelijk ook in de winter van 2007-2008 uitzonderlijk krachtig. En dat had toen, over afstanden van duizenden kilometers, uiteindelijk, en betrekkelijk onverwacht, veel invloed op het Europese weer. Vooral Engeland had toen te maken met overstromingen door extreme regenval.
Waarom krijgen wij dan veel neerslag?
De oorzaak is gelegen in een complex samenspel van drukgebieden. In de westelijke tropen van de Grote Oceaan hoopt warm water zich op. Hoe langer de La Niña aanhoudt, hoe meer warm water. De landmassa’s van Australië en Nieuw-Guinea dwingen deze watermassa dan iets naar het noorden. Boven het warme water stijgt vochtige lucht op en vormen grote buiencomplexen. Ten oosten van de Filippijnen ontstaat daarmee een groot en gefixeerd lagedrukgebied. Dit houdt een groot hogedrukgebied goed op z’n plaats, dat in de winter vaak het weer in het noordoosten van de Grote Oceaan domineert. Dit hogedrukgebied wordt daarmee sterker dan gewoon.
Tandwielconstructie
Beide systemen versterken een luchtstroming die met een grote boog een reusachtige zwengel geeft aan de noordelijke straalstroom, een continue westenwind , hoger in de atmosfeer. Deze blaast vervolgens met bovengemiddelde kracht oostwaarts, over Noord-Amerika en de Atlantische Oceaan, richting Europa.
Meer depressies in Europa
Onder deze stroom vormen op de Atlantische Oceaan depressies, die door de hoge westenwind vervolgens over het vasteland van Europa worden getrokken. En met de neerslag is het verder eenvoudig: hoe meer oceaanstoringen, hoe meer vocht Europa bereikt en hoe meer neerslag er valt.

La Niña versterkt een groot hogedrukgebied in het noordoosten van de Pacifische Oceaan. Dit geeft een zwengel aan de noordelijke straalstroom. Wij krijgen daarom in de wintermaanden met meer Atlantische depressies te maken - en veel neerslag.
Veel regen of veel sneeuw?
Of dit in Nederland sneeuw of regen wordt, hangt er van af op welke breedtegraad de depressies overtrekken. In de sneeuwwinter van vorig jaar trokken veel depressies ten zuiden van Nederland langs. Wij kregen het oceaanvocht toen met een boogje over land. De lucht werd daarbij voldoende afgekoeld om sneeuw te brengen. In de regenwinter van 2007-2008 kregen de depressies een noordelijker route. In Nederland hadden we daarmee hoofdzakelijk westenwinden met zachte lucht. De neerslag viel toen dus als regen. Veel regen.
Noord-Atlantische Oscillatie
Of de depressies kiezen voor een noordelijke of een zuidelijke koers hangt weer af van de drukverdeling boven het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Een klassieke situatie met hoge druk in het zuiden en lage druk rond IJsland laat de depressies uitregenen boven Nederland. Wanneer deze zogeheten NAO-index echter negatief is – en het drukverschil minder duidelijk – dan gaan de depressies eerder over de Middellandse Zee. Wij krijgen dan alsnog veel vocht van de oceaan: in de vorm van sneeuw. Deze situatie deed zich vorig jaar voor, maar voorlopig is er geen aanleiding om dit specifiek te verwachten. Als de winter wat dichter voor de deur staat, kunnen we hiervoor ook weer gewoon naar de meteorologische modellen kijken.
Meer informatie:
The International Research Institute for Climate and Society (IRI)
National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA)
Auteur: Rolf Schuttenhelm