Hoe waait de wind bij hoge- en lagedrukgebieden?

thumb

In de weerkaarten staan altijd wel hoge- en lagedrukgebieden ingetekend. Je zou verwachten dat de lucht rechtstreeks met gebieden van hoge druk naar gebieden van lage druk stroomt, net zoals bij een ballon die leegloopt. Dit is echter niet het geval, maar hoe stroomt de lucht dan wel?

Met de wind in de rug, is het hogedrukgebied op het noordelijk halfrond rechts en het lagedrukgebied links.

De wet van Buys Ballot

Ruim 150 jaar geleden ontdekte de Nederlandse meteoroloog én oprichter van het KNMI Christophorus Buys Ballot hoe de lucht tussen hoge en lagedrukgebieden stroomt. Zijn ontdekking luidt als volgt: “Sta je met je rug in de wind op het Noordelijk Halfrond, dan is het lagedrukgebied aan je linkerkant en het hogedrukgebied aan je rechterkant. De wind stroomt dus niet van hoog naar laag, maar juist tussen de hoge- en lagedrukgebieden in. Dit noemt men de wet van Buys Ballot en wordt tot op de dag van vandaag nog gebruikt in de meteorologie.

Draaiende aarde zorgt voor afwijking

Dat de wind niet van hoog naar laag stroomt, maar juist tussen deze gebieden door heeft te maken met de draaiing van de aarde. De luchtstroom buigt op het Noordelijk Halfrond af naar rechts, op het Zuidelijk Halfrond naar links. Dit noemt men het Corioliseffect en is met een klein beetje creativiteit thuis na te bootsen. Pak een wereldbol, een voetbal of een ballon. Draai deze rondom zijn as terwijl iemand anders met een stift een rechte lijn van boven naar beneden trekt. Je zal zien dat de lijn niet recht wordt, maar afbuigt naar links of rechts (afhankelijk van welke kant je de bal op draait). Dit is het Corioliseffect.

Door de Corioliskracht buigt de wind af

Blijven lage- en hogedrukgebieden dan eeuwig bestaan?

Het antwoord is nee. Simpel gezegd hangt de afbuiging af van de snelheid waarmee de lucht zich verplaatst. Op enkele kilometers hoogte kan de lucht zich vrij verplaatsen, zonder obstakels. Daar geldt dan ook de wet van Buys Ballot. In de onderste honderd(en) meter(s) ondervindt de lucht wrijving van het aardoppervlak. Er staan bomen, heuvels, bergen, gesteentes etc. die de luchtstroom doen afremmen. De lucht zal in die onderste laag dan ook minder hard afbuigen en alsnog, met een omweg, van hoge- naar lagedrukgebieden stromen.

Geef een reactie via Facebook

Tags:
18 april 2013

Vrij zonnig weekend

Stapelwolken

De lente is eindelijk goed op dreef. De afgelopen dagen was de middagtemperatuur op de meeste plaatsen hoger dan normaal …
Lees meer...

 
Kortjakje

Altijd is Kortjakje ziek Doordeweeks bewolkt, maar ‘s-zondags niet ‘s-Zondags gaat zij lekker fietsen Of zit ze in de zon …
Lees meer...