Het weer bij een lagedrukgebied

Lagedrukgebieden doen vaak ons land aan en worden in weerberichten regelmatig benoemd. Maar wat voor weer hoort er nu bij een lagedrukgebied en wat is precies een warmtefront? In dit artikel gaan we daar kort maar bondig op in.

Klassieke verdeling bij een lagedrukgebied. In het rood het warmtefront, blauw het koufront en paars het occlussiefront. De blauwe lijnen zijn isobaren, dat zijn lijnen met gelijke druk.

Een lagedrukgebied, de naam zegt het al, is een gebied waar de luchtdruk ten opzichte van de omgeving laag is. Op de weerkaarten wordt de kern van een lagedrukgebied aangeduid met de hoofdletter L. Lagedrukgebieden ontstaan vaak rond de 60breedtegraad. Daar botst warme lucht vanuit de (sub)-tropen op koude lucht vanaf de polen. Er ontstaat dan een zogenaamd front met warme lucht ten zuiden van het front en koude lucht ten noorden van het front. Dit front gaat na verloop van tijd golven, totdat uiteindelijk de klassieke depressie ontstaat met daarin een warmtefront, een koufront en een occlussiefront.

Warmtefront

Het warmtefront is, vanuit ons perspectief, vaak de voorste begrenzing van een depressie. Achter het warmtefront bevindt zich warme en vochtige lucht die langzaam over koudere lucht heen schuift. Daardoor komt ruim voor de passage al hoge bewolking (cirrus) voor. Later volgen schapenwolken (altocumulus) en uiteindelijk trekt het dicht met lage bewolking (stratus). Dit kan gepaard gaan met (langdurige) regen of motregen. Op de weerkaarten wordt een warmtefront weergegeven door een rode lijn met halve rode bolletjes.

Koufront

Bij het koufront schuift koude lucht onder een gebied met warmere lucht. Het koufront volgt vaak na passage van een warmtefront. De tijd tussen de passages van beide systemen varieert tussen enkele uren tot soms wel een of twee dagen. Koufronten zijn veel actiever dan warmtefronten en gaan gepaard met sterke stijgende luchtbewegingen. Dat betekent flinke stapelwolken en gedurende korte periode veel regen. In sommige gevallen hoort bij een koufront ook nog een krachtige (vlagerige) wind. Achter het koufront zijn dalende luchtbewegingen en klaart het vaak breed op. Een koufront wordt op de weerkaart weergegeven door een blauwe lijn met driehoekjes.

Occlusiefront

Het koufront beweegt zich meestal sneller voort dan het warmtefront. Op den duur zal het koufront het warmtefront inhalen. Waar dit gebeurt, ontstaat een occlussiefront. Een occlussiefront kan zowel eigenschappen van het warmtefront als het koufront bezitten en wordt weergegeven door een paarse lijn met een mix van driehoekjes en halve bolletjes.

Al met al kunnen we stellen dat het weertype bij een lagedrukgebied vaak gepaard gaat met de nodige bewolking, regen en wind. De liefhebbers van stabiel en rustig weer kunnen beter uitkijken naar de hogedrukgebieden op de weerkaart.

Geef een reactie via Facebook

Tags: